Doelgericht oefenen: Ericssons recept voor expertise
Twintig jaar ervaring als projectmanager – is dat een garantie voor vakmanschap? Nee. Het onderzoek naar expertise laat iets ongemakkelijks zien: vanaf een bepaald niveau maakt pure ervaring ons niet beter. Velen bereiken vroeg een plateau en blijven daar decennialang, druk bezig met hetzelfde te doen als altijd.
De psycholoog Anders Ericsson, een in Zweden geboren hoogleraar in Florida, wijdde zijn loopbaan aan de vraag hoe experts expert worden – musici, schakers, sporters, artsen. In het boek Peak uit 2016, geschreven met journalist Robert Pool, vatte hij het antwoord samen: niet de hoeveelheid oefening is bepalend, maar het soort.
Wat zegt het onderzoek?
Ericsson maakt onderscheid tussen naïef oefenen – hetzelfde blijven doen en hopen dat je beter wordt – en doelgericht oefenen (purposeful practice). Doelgericht oefenen heeft vier kenmerken: een helder gedefinieerd doel net boven je huidige kunnen, volledige concentratie op de taak, directe feedback op hoe het ging, en herhaling waarbij je bijstuurt op basis van die feedback. Autorijden is het standaardvoorbeeld van naïef oefenen: de meeste mensen worden geen betere chauffeurs van twintig jaar woon-werkverkeer, omdat geen van de vier kenmerken aanwezig is. Hetzelfde mechanisme geldt voor vergaderingen, onderhandelingen en functioneringsgesprekken – we doen ze in grote aantallen, maar zonder doel en feedback wordt er niets aangescherpt.
Een kernbegrip is dat de oefening net buiten de comfortzone moet liggen. Te makkelijk – geen groei. Te moeilijk – alleen frustratie. Ontwikkeling vindt plaats in de smalle strook waar je soms faalt, maar kunt begrijpen waarom. Dat verklaart ook waarom experts bewust moeten blijven trainen: wie gewoon "doorwerkt", glijdt terug de comfortzone in.
Ericsson benadrukte ook de rol van feedback. Zonder snelle, specifieke informatie over wat goed en slecht ging, kan het brein niet bijsturen. Daarom zijn coaches, docenten en heldere maatstaven vaste onderdelen van elke omgeving die echte expertise voortbrengt.
Wat betekent dit voor jou als projectmanager?
Neem je eigen "oefening" onder de loep. Leid je je vijftigste project op dezelfde manier als je tiende? Kies dan telkens één afgebakende vaardigheid – bijvoorbeeld omgaan met bezwaren in de stuurgroep, of slecht nieuws brengen zonder eromheen te draaien – en stel een concreet doel voor de eerstvolgende gelegenheid. Eén afgebakende vaardigheid tegelijk, met een duidelijke intentie.
Organiseer feedback waar die van nature ontbreekt. Lastige gesprekken in de praktijk leveren zelden eerlijke reacties op – de ander zegt niet "daar raakte je me kwijt". Vraag een collega om erbij te zitten en op één ding te letten, speel het gesprek achteraf voor jezelf af, of gebruik een oefenomgeving waarin feedback is ingebouwd.
En doseer de moeilijkheid bewust: pak situaties aan die nét iets te moeilijk zijn, in een context waarin falen goedkoop is. Wachten tot de werkelijkheid precies de juiste uitdagingen in precies het juiste tempo serveert, is je ontwikkeling aan het toeval overlaten. Echte projecten zijn bovendien een dure oefenarena – één mislukte stuurgroepvergadering kost vertrouwen dat maanden nodig heeft om weer op te bouwen.
Zo train je dit
Ericssons vier criteria vormen in de praktijk de blauwdruk achter Project-simulator: elk scenario heeft een gedefinieerd doel, de moeilijkheidsgraad past zich aan zodat de volgende oefening op de rand van je kunnen ligt, en je krijgt directe feedback verankerd in je eigen woorden – waarna je opnieuw kunt oefenen. Probeer het een week gratis op project-simulator.com.
In Project-simulator oefen je deze gesprekken met een AI-tegenspeler en krijg je feedback die is gebaseerd op onderzoek zoals dit.
Probeer 7 dagen gratis