Project-simulator — De vluchtsimulator voor projectmanagers

De fasen van Tuckman: forming, storming, norming, performing

Gepubliceerd 2026-07-02 · Het onderzoek achter Project-simulator

Een nieuw projectteam is de eerste weken beleefd en afwachtend. Dan begint het te wringen: discussies over werkwijzen, territoriumgedrag, irritatie. Veel projectmanagers zien dat als teken dat er iets misgaat. Meestal is het juist andersom: een teken dat het team zich precies zo ontwikkelt als teams dat gewoonlijk doen.

De psycholoog Bruce Tuckman nam in 1965 een groot aantal studies door over hoe groepen zich in de loop van de tijd ontwikkelen en vatte het patroon samen in een model dat een van de bekendste uit het teamonderzoek is geworden: forming, storming, norming en performing. Ruim zestig jaar later is het nog steeds de meest gebruikte kaart om te begrijpen waar een team staat – en dus wat het op dit moment van zijn leider nodig heeft.

Wat zegt het onderzoek?

Tuckmans overzicht liet zien dat groepen doorgaans vier ontwikkelingsfasen doorlopen. In de forming, de vormingsfase, zijn de leden beleefd en onzeker; iedereen zoekt zijn rol en tast af wat de regels zijn. In de storming, de conflictfase, komen de spanningen naar buiten: onenigheid over doelen, werkwijzen en invloed. In de norming, de normeringsfase, vindt de groep gezamenlijke spelregels en een eigen identiteit. Pas in de performing, de prestatiefase, kan de groep al haar energie in de taak steken in plaats van in de onderlinge dynamiek.

Tuckman vulde het model later aan – in 1977, samen met Mary Ann Jensen – met een vijfde fase: adjourning, de afsluitingsfase, waarin de groep uiteenvalt. Elke projectmanager herkent die, want projecten lopen per definitie af.

Twee dingen zijn belangrijk om te weten. Ten eerste is het model een vereenvoudiging: echte teams springen heen en weer, en een verandering zoals een nieuw lid of een nieuwe opdracht kan een volwassen team terugwerpen naar eerdere fasen. Ten tweede is de volgorde van de fasen geen garantie maar een tendens; sommige teams blijven steken in de conflictfase of gaan eromheen zonder iets op te lossen. De waarde van het model zit erin dat het de leider helpt de juiste diagnose te stellen: verschillende fasen vragen om verschillend leiderschap.

Wat betekent dit voor jou als projectmanager?

Stem je leiderschap af op de fase. Een team in de vormingsfase heeft structuur en duidelijkheid nodig: rollen, doelen, werkvormen. Dezelfde strakke sturing wordt in de prestatiefase ervaren als wantrouwen. Vraag je regelmatig af waar het team staat en of jouw manier van leidinggeven daarbij past – in plaats van bij je eigen comfort.

Wees niet bang voor de conflictfase. Wrijving over werkwijzen en invloed is een normale ontwikkelingsstap, geen mislukking. Jouw taak is niet om conflicten te smoren, maar om ze hanteerbaar te maken: breng ze naar de oppervlakte, houd ze zakelijk en leid ze naar gezamenlijke spelregels. Teams die nooit echt mogen stormen, worden vaak beleefd maar middelmatig.

Reken op herstarts. Elke keer dat de samenstelling of de opdracht van het team verandert, begint een deel van de reis opnieuw. Plan daarvoor: een korte herstart met rollen en verwachtingen wanneer een sleutelfiguur wordt vervangen is goedkoper dan maanden van stille wrijving.

Zo oefen je dit

Het moeilijke is niet de namen van de fasen kennen, maar op het juiste moment goed handelen: een teamoverleg in volle conflictfase tegemoet treden zonder weg te duiken of het over te nemen. Zulke situaties kun je oefenen. In Project-simulator kom je team- en groepssituaties tegen waarin de juiste aanpak afhangt van waar de groep staat, en krijg je feedback op hoe je ze hebt aangepakt. Probeer het een week gratis.

Wil je hier echt mee oefenen?

In Project-simulator oefen je deze gesprekken met een AI-tegenspeler en krijg je feedback die is gebaseerd op onderzoek zoals dit.

Probeer 7 dagen gratis
Bron: Tuckman, B. W. (1965). Developmental Sequence in Small Groups. Psychological Bulletin, 63(6). DOI: 10.1037/h0022100