Deliberate practice: bewust oefenen maakt je een expert
Waarom worden sommige projectmanagers elk jaar beter, terwijl anderen ondanks jarenlange ervaring lijken stil te staan? De vraag is ouder dan het vak van projectmanager zelf, en een van de invloedrijkste antwoorden kwam in 1993 van psycholoog K. Anders Ericsson en zijn collega's.
Hun begrip deliberate practice, in het Nederlands ongeveer bewust of doelgericht oefenen, heeft sindsdien bepaald hoe we naar expertise kijken in muziek, sport, geneeskunde en leiderschap. De kernboodschap is ongemakkelijk maar bevrijdend: expertise is niet in de eerste plaats een kwestie van talent of dienstjaren, maar van hoe je oefent.
Wat zegt het onderzoek?
Ericsson, Krampe en Tesch-Römer bestudeerden onder meer violisten aan een conservatorium in Berlijn en vergeleken de allerbesten met degenen die goed waren maar niet tot de top behoorden. Wat de groepen onderscheidde was niet de totale tijd met het instrument, maar de hoeveelheid gerichte, inspannende individuele oefening: training gericht op specifieke zwaktes, met duidelijke doelen en directe feedback.
De onderzoekers definieerden deliberate practice aan de hand van enkele kenmerken. De training is ontworpen om een afgebakend deel van de prestatie te verbeteren, niet alleen om de taak uit te voeren. Ze ligt net buiten het huidige kunnen, zodat ze inspannend aanvoelt. Ze levert snelle en concrete feedback op wat goed en fout ging. En ze wordt herhaald, met aanpassingen tussen elke poging.
De belangrijkste conclusie voor het werkende leven is dat ervaring op zich niet genoeg is. Hetzelfde vaak doen verankert gewoontes, goede én slechte. Zonder gerichte training en feedback vlakt de ontwikkeling af, vaak al vrij vroeg in de loopbaan. Dat verklaart waarom het aantal afgeronde projecten verrassend weinig zegt over hoe bekwaam een projectmanager is in bijvoorbeeld lastige gesprekken.
Wat betekent dit voor jou als projectmanager?
Ten eerste: train één ding tegelijk. Beter worden in vergaderingen is geen trainingsdoel; elke statusmeeting openen met een duidelijke intentie, of een vervolgvraag stellen voordat je op een bezwaar reageert, is dat wel. Kies één afgebakende vaardigheid, houd die een paar weken vol en wissel dan.
Ten tweede: zoek feedback kort na de actie. Vraag een collega om in je volgende vergadering op één specifiek ding te letten en je dezelfde dag te vertellen wat hij of zij zag. Hoe langer de tijd tussen handeling en feedback, hoe zwakker het leereffect. Vage oordelen als "het ging best goed" helpen niet; vraag om concrete observaties.
Ten slotte: kies het juiste moeilijkheidsniveau. Als al je gesprekken comfortabel aanvoelen, ben je niet aan het trainen, maar alleen aan het presteren. Pak bewust die onderhandeling of die leveringsboodschap op die een beetje schuurt. Vermogen groeit in de inspanning, niet in de routine. Houd er ook rekening mee dat echt oefenen zwaar aanvoelt; Ericsson en zijn collega's merkten op dat deliberate practice, anders dan werk en spel, op het moment zelf zelden plezierig is, juist omdat ze zich richt op wat je nog niet beheerst.
Zo train je dit
Het probleem in het werkende leven is dat lastige gesprekken zeldzaam zijn, dat falen erin duur is en dat er zelden eerlijke feedback op volgt. Een simulator lost alle drie op: je kunt hetzelfde soort gesprek vele keren herhalen, je op één vaardigheid tegelijk richten, de moeilijkheid stap voor stap opvoeren en feedback krijgen die precies aanwijst wat je zei. Dat is deliberate practice toegepast op projectmanagement. Probeer Project-simulator een week gratis en voel het verschil met alleen maar ervaring verzamelen.
In Project-simulator oefen je deze gesprekken met een AI-tegenspeler en krijg je feedback die is gebaseerd op onderzoek zoals dit.
Probeer 7 dagen gratis